Cumi
Cumi staat voor culturele minderheden. De functionaris behartigt de belangen van de allochtone leerlingen. Door de verschillen in cultuur kan het voorkomen dat de allochtone leerling problemen tegenkomt. Denk daarbij aan:
- een slecht contact tussen ouders en school (communicatie)
- een taalachterstand
- een verschil tussen normen en waarden thuis en op school
- een andere geloofsovertuiging (Islam).
In eerste instantie is de cumi-functionaris een extra mentor voor de allochtone leerling met problemen. De toegang tot de cumi-functionaris is laagdrempelig, de functionaris staat “tussen” deze groep leerlingen. De belangrijkste taak van de cumi-functionaris is dat hij/zij, samen met de mentor, een brug slaat tussen de ouders en de school. Allochtone ouders zijn vaak terughoudend in het contact met de school. Het is juist van belang dat dit contact versterkt wordt. Het beleid is erop gericht de ouders meer bij de school te betrekken. Ook houdt de cumi-functionaris de vorderingen en het verloop van de schoolloopbaan bij om zodoende een beeld te krijgen van mogelijke trends en/of ontwikkelingen om daar het beleid op af te stemmen.
Voor allochtone leerlingen van wie tegenvallende prestaties veroorzaakt worden door een taalachterstand, zijn er lessen Nederlands als tweede taal (NT2).
